Verhalen Groninger kerken

Het altaarblad van de kerk van Oosternieland werd van heilig object gereduceerd tot voetveeg

Altaarsteen kerk Oosternieland gebruikt als voetveegDe oude kerken in het Groninger landschap worden vaak gewaardeerd en geroemd om hun soberheid. Hun ingetogen karakter geldt vaak als een van hun sterkste kwaliteiten. Hun eenvoud bepaalt in de ogen van velen in essentiële mate hun hoedanigheid. Dit is eigenlijk frappant, omdat vele van de kerkjes in hun tijd van ontstaan helemaal niet zo betrekkelijk ongekunsteld zijn opgezet zoals ze heden ten dage aan de bezoeker verschijnen. Ze zijn veelal in de middeleeuwen gebouwd, in de tijd dat de rooms-katholieke kerk in West-Europa het aanzien van het Christendom volledig bepaalde. Dit aanzien bevatte veel uiterlijk vertoon: middels bouw-, schilder- en beeldhouwkunst wilde men van de kerk een feest voor het oog maken, dat een aardse weergave zou zijn van de onmetelijk mooie hemel. De gelovigen werd ontzag bijgebracht voor het goddelijke. De talrijke schilderingen en beelden fungeerden ook als ‘plaatjes’ bij de bijbel: de ongeletterde middeleeuwse mens die niet kon lezen, werd zo toch geïnformeerd over de heilsgeschiedenis.

Monumenten van verstilling
Aldus waren ook de Groninger kerkjes die we nu kennen als kleine monumenten van verstilling, in de eerste eeuwen nadat ze waren gebouwd echte aandachttrekkers. Hun toenmalige drukke, bontgekleurde uitstraling zou in vergelijking met hun tegenwoordige aanwezigheid misschien zelfs opdringerig en schreeuwerig op de hedendaagse bezoeker over zijn gekomen.

Met de opkomst van de protestantse kerk vanaf medio de 2e helft van de 16e eeuw, die zich verzette tegen ‘Roomse’ praktijken verdween ook de pracht en praal uit de kerken. Men zag het gebruik van altaren, Mariabeelden en beelden van heiligen en dergelijke als beeldenverering. In de bijbel, die nu als absoluut richtsnoer gold voor een christelijk leven, vond men hiervoor geen rechtvaardiging.

Beeldenstorm
De beeldenstormDat de emoties hierover sterk opliepen bleek uit de gebeurtenissen tijdens de zogenaamde Beeldenstorm in 1566. Op oude illustraties is te zien hoe men vol overgave het interieur van de kerken sloopte: woedende personen trekken beelden omver, hakken met bijlen in op altaren, vernielen schilderijen, en verscheuren misboeken. Een plastisch voorbeeld hiervan bevindt zich in de dom van Utrecht, zetel van het bisdom waar Groningen vroeger toe behoorde: van een gebeeldhouwd reliëf, dat de graflegging van Christus verbeeldt, zijn met de botte bijl alle hoofden afgehakt…

In de provincie Groningen bleef het wat kalmer, maar ook hier werd in diverse plaatsen gestormd. Onder andere te Westeremden en Woltersum werden beelden kapot gegooid en altaarstukken en misboeken vernield. Daarnaast verknipte men in Oosternieland ook kerkelijk textiel zoals een altaarkleed. In de kerk van Loppersum is nog steeds zichtbaar dat er delen van de koorafscheiding zijn afgehakt. Bij dit alles speelden de vrouwen tijdens het slopen te Winsum geuzenliedjes op het orgel.

Het reine wit der reformatie
In een volgende fase werden herinneringen aan de kerk van Rome die men niet kon verwijderen zonder de kerk te beschadigen, rustig en georganiseerd verwijderd. Zo werden muur- en plafondschilderingen bedekt met een dikke laag witkalk - dat aldus ook wel ‘het reine wit der Reformatie’ wordt genoemd. Overblijfsel van de beeldenstorm in de Dom van UtrechtOok in deze latere, gestructureerde Beeldenstorm gaf men nog wel degelijk blijk van minachting voor de oude vijand, de katholieke kerk. In de kerk van Oosternieland bijvoorbeeld was het altaarblad - de platte liggende steen op het hoofdaltaar waarop de priester het voor de katholieken heilige sacrament van het offer van Christus vierde - tijdens de ‘wilde’ Beeldenstorm al in 3 stukken geslagen. Naderhand werden de twee grootste van de gebroken delen weer samengevoegd en voor de toegangsdeur van de kerk gelegd, zodat de kerkgangers er overheen liepen en hun voeten aan konden afvegen.

Nog steeds is hier te zien hoe de protestantse kerk de kerk van Rome verachtte. (JHvD)