Verhalen Groninger kerken

De geschiedenis van de Groninger kerken bestaat niet alleen uit jaartallen, bouwstijlen en orgels. Elke kerk vertelt zijn eigen verhaal, over stenen duivels, hostiewonderen, onthoofde heilige of beenderen die in de kerkmuur werden gemetseld. Dit zijn niet alleen spannende verhalen, maar ze laten ook zien hoe rijk de historie is van het Groningerland. En ze plaatsen de kerk in de loop van de geschiedenis.

De kluizenaar van Stitswerd

Het wierdendorpje Stitswerd, gebouwd op een oeverwal van de Fivelboezem, heeft een oud kerkje uit 1225 gestaan. In de kroniek van het klooster Bloemhof wordt de kerk genoemd in verband met een bijzonder incident rond
de kluizenaar die bij de kerk zou hebben gewoond.

Kluizenaar van StitswerdIn de kroniek staat te lezen dat in het jaar 1234 twee predikers uit Bremen naar Fivelgo waren gekomen, om hier mannen te werven voor de kruistocht tegen de Stedingers, de strijd tussen het Prinsbisdom Bremen en de Rüstringer en Stedinger Friezen die een eigen Boerenrepubliek hadden gesticht.

De Stedingers waren een bron van ergenis, omdat ze weigerden het gezag van de bisschop te erkennen en tienden te betalen. Nadat de predikers in de kerk van Appingedam hun opdracht hadden verkondigd en een oproep hadden gedaan deelnemers te werven, werden ze lastiggevallen door een oproerige volksmenigte. Ze weken daarop uit naar Groningen en proclameerden de excommunicatie van de Appingedammers. Ze beweerden hierbij dat de Drenten en de Fivelgoërs net zo ongehoorzaam zouden zijn als de Stedingers.

Ze gingen ook tekeer tegen het grote aantal kluizenaars die in deze streken leefden. Die zouden eenvoudige mensen misleiden door hun leugenpraatjes. Vooral één van de kluizenaars die in Stitswerd woonde, moest het ontgelden. Hij werd uit zijn kluis gehaald en door een gewapende groep Groningers naar de stad afgevoerd. Hier werd hij gedwongen te bekennen dat hij vele godslasterlijke uitspraken gedaan had en wist hij maar ternauwernood aan de brandstapel te ontkomen. Hij keerde hierna terug naar de abt van Rottum waar hij de rest van zijn dagen in een onderaards hol moest slijten en geen contact meer mocht hebben met de buitenwereld.

Invloedrijke kluizenaars

Deze geschiedenis laat zien dat kluizenaars een grote invloed konden verkrijgen, die door de officiële kerkelijke instanties als bedreigend kon worden opgevat. Ze hadden grote invloed op gewone gelovigen die kluizenaars vaak als een soort heiligen vereerden.

Gerlachus_van_Houthem Kluizenaars waren een bekend verschijnsel in de Middeleeuwen. Het kluizenaarsideaal, het leven in afzondering om je te wijden aan het dienen van God, komt in het Christendom al heel lang voor. In de Bijbel staan voorbeelden van heiligen die zich in de woestijn zouden hebben teruggetrokken. In de vroege Middeleeuwen waren kluizenaars vooral mannen, die zich bijvoorbeeld voor lange tijd terugtrokken in het bos of op het platteland.

Ook waren er wel kluizenaars die zich in de buurt van een (plattelands)kerk vestigden.
Een beroemd voorbeeld uit de Lage Landen is de kluizenaar Gerlaches van Houthem, die in de 12de eeuw in een eik zou hebben gewoond. Zijn woonplaats groeide uit tot een bedevaartsoord. Uit de kroniek van Bloemhof blijkt dat in Usquert ook een kluizenaar ‘van goede naam’ woonde. In de kroniek wordt vermeld dat de kerk in 1231 in brand werd gestoken door Eenrumers in de strijd tussen de streken Hunsingo en Fivelingo. De kluizenaar, die in zijn kluis zat ingesloten, kwam bij deze brand om het leven.

Levend begraven

Vanaf de 13de waren het vooral vrouwen die kozen voor het kluizenaarschap. Dit waren vrouwen die zich niet langer afzonderden, zoals nonnen, maar kozen voor een religieus leven, midden in de stad. Net zoals de begijnen waren ze niet bij een klooster aangesloten. Anders dan hun mannelijke tegenhangers, trokken ze zich niet terug uit de samenleving, maar bevonden ze zich midden in de stad. Deze stadskluizenaressen hadden een speciale status binnen de kerk en wisten vaak een zekere invloed te verkrijgen. Ze fungeerden wel als de vrouwelijke pastoor van de parochie die de gelovigen met advies kon bijstaan.

Met de insluiting in de kluis, nam de kluizenares afstand van het aardse leven. Wanneer ze zich liet inkluizen, dan werd er vaak een begrafenismis opgedragen en kreeg zij de laatste sacramenten toegediend. Voortaan was ze dood voor de (buiten)wereld. De vrouw kwam hierdoor los te staan van haar lichaam en daarmee van haar vrouwelijkheid. De mensen geloofden dat ze hierdoor los kwam van het aardse leven en in contact kon komen met de hemelse wereld. De inmetseling was daarbij een rituele handeling die haar nieuwe status symboliseerde. Vroeger dacht men dat de kluizenaressen een marginaal verschijnsel waren, maar tegenwoordig wordt aangenomen dat bijna iedere stad wel een kluizenares moet hebben gehad.

Kluizenares op de Grote Markt
Zo is bekend dat in het begin van de 13de eeuw op de Grote Markt van Groningen vele jaren lang een kluizenares moet hebben gewoond. We kennen haar omdat ze door de Duitse abt Ceaesarius van Heisterbach is opgetekend in zijn kroniek. Het verhaal gaat dat een rijke Duitse koopman haar een kostbaar reliek in bewaring had gegeven: een arm van Sint Jan. Deze arm had hij op een reis naar het Oosten weten te bemachtigen en gaf hem een gevoel van onkwetsbaarheid. Toen bij een uitslaande brand alle Groningers in paniek naar huis renden, bleef hij uitdagend in de kroeg zitten: zijn huis was immers beschermd tegen onheil. Deze houding wekte argwaan op bij zijn medeburgers. Hildegard van Bingen in haar kluisUit angst voor ontdekking gaf hij de arm in bewaring en vluchtte weg, in de hoop later weer veilig terug te kunnen keren.

De kluizenares had haar geheim echter niet kunnen bewaren en anderen verteld over de kostbaarheid die ze in haar kluis bewaarde. De burgers eisten de reliek nu op en brachten deze naar de kerk. Zo kwam de Martinikerk in het bezit van haar kostbaarste reliek, die een bron van heil en welzijn voor de stad zou zijn, zo hoopte men.

De reliek is nu verloren gegaan, maar de naam van de Sint-Jansstraat herinnert nog aan de belangrijke beschermheilige van de kerk. Na het concilie van Trente verdwenen de stadskluizenaressen. Volgens het Vaticaan hoorden vrouwelijke geestelijken thuis achter de muren van het klooster en niet in het openbare leven van een stad. Hiermee kwam een einde aan een periode van vrouwelijk spiritueel leiderschap.

Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin
Kluizenaars bestaan nog steeds, zelfs in Groningen woont er nog een, in Warfhuizen. Dit is zelfs de enige kluis in Nederland die nog echt wordt bewoond. In de voormalige parochiekerk is nu de Kluis van Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin gevestigd. De kluizenaar die de kluis bewoond is wel een hele moderne. Via een weblog beschrijft hij zijn dagen en houdt zo contact met de wereld. (NS)

Zie verder
Stitswerd: Kerk
Kerkensite: kerkstitswerd.nl/