Verhalen Groninger kerken

De geschiedenis van de Groninger kerken bestaat niet alleen uit jaartallen, bouwstijlen en orgels. Elke kerk vertelt zijn eigen verhaal, over stenen duivels, hostiewonderen, onthoofde heilige of beenderen die in de kerkmuur werden gemetseld. Dit zijn niet alleen spannende verhalen, maar ze laten ook zien hoe rijk de historie is van het Groningerland. En ze plaatsen de kerk in de loop van de geschiedenis.

Bizar: menselijke beenderen in de muur van de kerk van Lettelbert. Heel soms komt dit voor. Enkele gedachten over dit verschijnsel

Toen in 1985 de kerk van Lettelbert werd gerestaureerd, deden bouwvakkers bij het herstel van de zuidmuur een lugubere vondst: een dichtgezet steigergat – gebruikt tijdens de bouw van de kerk, circa 8 x 15 x 60 cm groot, op ongeveer 1,40m hoogte - bleek na opening vol te zitten met delen van een menselijk geraamte.

Veel vraagtekens
In het restauratieverslag wordt geopperd dat het hier mogelijk om een curiositeit van bijzondere waarde gaat, maar waarschijnlijker geacht dat de restanten van het skelet bij een latere onderhoudsbeurt van de kerk “voor de grap” zijn achtergelaten in de muur. Dat zou natuurlijk kunnen, maar zo ben je er heel erg makkelijk vanaf. Ook mag je er misschien vanuit gaan dat men vroeger niet zo lichtvaardig met menselijke overblijfselen omging als men tegenwoordig eventueel zou doen.

Leekster Courant 1985: ©Voor onderzoek werden de skeletresten overgebracht naar het Biologisch Archeologisch Instituut te Groningen (het BAI, later opgegaan in het huidige Groninger Instituut voor Archeologie). Uit de analyse bleek dat aanwezig waren: fragmenten van een rechter schouderblad en van nog een kleiner schouderblad, fragmenten van verschillende wervels, een vrijwel complete lendewervel, het bovenste gedeelte van het borstbeen, het linker sprongbeen en hielbeen, fragmenten van de voet(en?), ri [?] fragmenten, fragmenten van het linker (?) opperarmbeen en van de linker ellepijp, de kop van het linker scheenbeen en fragmenten die niet nader te determineren bleken.

Het betrof een skelet van een of meer volwassenen. Over het geslacht kon niets worden gezegd. Het viel op dat de delen onderling verschilden van consistentie en kleur: sommige waren gelig, andere veel witter, en een aantal grijs verkleurd. Op sommige waren kalkresten aanwezig.
Het rapport concludeert: “De plaats en het karakter der vondst doen vermoeden, dat we hier met een door het toeval ontstane situatie te maken hebben. Wellicht zijn enkele skeletdelen van (een geruimd deel van) het kerkhof terecht gekomen in het zand, waarmee het cement voor de bouw van de kerk werd vermengd?”
Dit nu lijkt niet echt waarschijnlijk, omdat de delen veel te grof en te talrijk zijn om (ongemerkt) met het zand in het cement terecht te komen. Bovendien moet de muur al gemetseld geweest zijn voordat ze er een plek in (in het gat) hebben kunnen vinden.

Meer ingemetselde skeletten
De zaak herinnert aan enkele andere: in de kerk van Scheemda werden in 1792 in de westmuur twee complete skeletten gevonden; in de oude kerk van Wagenborgen (op de plek waar in 1883 de huidige kerk werd gebouwd) trof men medio 1820 in de zuidmuur “eene groote verzameling van menschen beenderen en bekkeneelen” en in de muur van de kerk van Meedhuizen werden kort na de Tweede Wereldoorlog allerlei menselijke botten ontdekt. In alle gevallen was duidelijk dat de knekels ooit bewust een plaats in de muur hadden gekregen, in – eventueel tussen binnen-en buitenmuur – uitgespaarde ruimtes die speciaal hiervoor bemetseld waren.
Deze bijzettingen worden wel verklaard vanuit het ruimen van graven op het kerkhof: vrijgekomen (delen van) stoffelijke overschotten zouden bij gebrek aan grafruimte dan maar in de muur van de kerk zijn bijgezet. Mogelijk, ja. Maar zouden muurbijzettingen dan niet veel vaker voor komen? Ook zijn de hoeveelheden aangetroffen knekels ook weer niet zo groot, dan dat ze niet nog een plaats hadden kunnen krijgen in een knekelput, waarin overschotten uit geruimde graven doorgaans een nieuwe plek krijgen.

Leekster Courant 1985: ©Uitgesloten wordt dat het gaat om ter dood veroordeelden die vroeger soms levend ingemetseld werden. Dit gebeurde ook niet of nauwelijks in de setting van een kerk. Daarbij zouden over zulke heftige executies in Groninger dorpjes wel historische gegevens bewaard zijn gebleven.

Er wordt nergens gerept over relieken. Relikwieën zijn stoffelijke overblijfselen van heiligen die in kerken worden bewaard en gepresenteerd in veelal kunstig bewerkte houders of kistjes, de reliekschrijnen. Vaak ontstaat er een traditie van verering rondom de stukjes bot, haar, kleding en wat dies meer kan zijn.

Zeker: in de beschreven gevallen ontbreken schrijnen en geschiedkundige referenties aan een cultus rondom relieken in de genoemde kerken. Toch voelt het niet heel vreemd om het gegeven van menselijk gebeente dat verwerkt is in muren van kerken, in de sfeer van gebruiken rondom relieken te plaatsen. Wat opvalt: een getuige in Wagenborgen zegt over de gevonden beenderen dat ze “algemeen in grootte en zwaarte de heden daags wel eens op het kerkhof voorkomende bekkeneelen en beenderen vry veel overtroffen”. Dit geldt ook voor Lettelbert, het BAI: “Wel kan gesteld worden dat, voorzover herkenbaar, de beenderen tamelijk fors zijn”.

Reuzenbotten?
In ieder geval in de helft van de gevallen zijn ze dus bovengemiddeld groot. Aangenomen wordt dat de relicten tijdens de bouw van de kerken in de muur zijn geplaatst, dit is dus in de (late) middeleeuwen geweest. In die tijd dacht Afbeelding 3 Op de lichtgekleurde plek rechtsonder het rechterraam (links onder de haak) werden de botten gevondenmen vaak anders dan nu, vaak werd een direct verband gezien tussen de uiterlijke verschijningsvorm van iets en een praktische uitwerking daarvan. Zou het misschien zo geweest kunnen zijn dat men indertijd de botten van grote mensen (die misschien werden gezien als ‘reuzen’) in de muur heeft bijgezet, vanuit de gedachte dat deze mee zouden helpen de muren overeind te houden? Als extra ondersteunende kracht?

Vragen te over met betrekking tot de vondst van menselijke beenderen in muren van kerken. Een definitief antwoord hierop is (nog) niet gegeven.De botresten van Lettelbert zijn na het onderzoek weer teruggeplaatst. Zij rusten verder op hun oude vertrouwde plek in de muur van de kerk. (JHvD)

Zie verder
Lettelbert: Kerk Lettelbert
Kerkensite: kerklettelbert.nl/