Verhalen Groninger kerken

De geschiedenis van de Groninger kerken bestaat niet alleen uit jaartallen, bouwstijlen en orgels. Elke kerk vertelt zijn eigen verhaal, over stenen duivels, hostiewonderen, onthoofde heilige of beenderen die in de kerkmuur werden gemetseld. Dit zijn niet alleen spannende verhalen, maar ze laten ook zien hoe rijk de historie is van het Groningerland. En ze plaatsen de kerk in de loop van de geschiedenis.

De ijzige patroon van Godlinze

Kerken kregen bij hun stichting altijd een patroonheilige mee, die de naam gaf aan de kerk en bescherming zou bieden. Bij veel kerken is het heel duidelijk aan welke heilige ze zijn verbonden, denk aan de Martinikerk in Groningen of de Nicolaikerk van Appingedam. Van andere kerken is dit echter minder duidelijk of is de naamheilige in de loop van jaren in de vergetelheid geraakt. Na de reformatie raakte deze namelijk vaak in onbruik.

Zo is het lange tijd onduidelijk geweest wie de naamheilige was van de kerk in Godlinze. Op de klok van de kerk staat echter dat ze gegoten is in 1435 ‘in honore pancratii’. Een klok in een kerk kan echter aan een andere heilige zijn opgedragen, dan de patroon van de kerk. In een oude kroniek staat echter ook Pancratius vermeld als patroonheilige van Godlinze.

Sint PancratiusHeilige van trouw
Pancratius zou een martelaar zijn geweest, die tijdens de Christenvervolgingen in Rome zou zijn gedood. Als kind was Pancratius na de dood van zijn ouders toevertrouwd aan de zorg van zijn oom Dionysius en in Rome gaan wonen. Zijn oom was in de leer bij paus Cornelius (†253) en ook Pancratius werd bekeerd en gedoopt. Als zijn oom vervolgens sterft, wordt Pancratius naar de keizer gebracht die hem dwingt zijn geloof af te zweren. Pancratius weigert echter en weigerde te offeren aan de heidense Goden. Als straf werd de veertienjarige koppige jongen door een zwaard onthoofd. Na zijn dood wordt boven zijn graf een aan hem gewijde kerk gebouwd, nadat er rond zijn graf allerlei wonderen plaatsvinden.

Door zijn standvastigheid was Pancratius vooral de heilige van ‘wat gezworen is’ en wreker van de meineed. Wanneer iemand een gelofte op Pancratius aflegde, zou hij nog voor hij het daadwerkelijk had verbroken, gegrepen worden door de duivel. Het afleggen van een eed op Pancratius gold dan ook als heilig. Gregorius van Tours verhaalt in de zesde eeuw dat wie een valse getuigenis aflegt in de buurt van de relieken van Pancratius gek wordt of dood zal neervallen. In verlengde hiervan werd Pancratius ook de patroon van ridders en de eed van trouw die ze af hadden gelegd. In afbeeldingen draagt Pancratius ook vaak een ridderkostuum.

Klaver of palmtak?
42_1264421909_Gewelfschilderingen_6
Pancratius wordt meestal afgebeeld met het zwaard waarmee hij werd onthoofd of een palmtak. Op het plafond van de kerk van Godlinze staat de patroonheilige een aantal keer afgebeeld. Bij de ene afbeelding is het heel duidelijk dat het om Pancratius gaat: de figuur is afgebeeld in een harnas en draagt een groot zwaard, het signatuur voorwerp van deze heilige. Er staat echter nog een andere figuur afgebeeld die voor wat raadselen stelt. Deze draagt een soort klaver in de ene hand, maar een zwaard in de andere. Het klavertje verwijst meestal naar de Engelse heilige sint Patrick. Deze heilige wordt echter nooit afgebeeld met een zwaard, maar met een staf.

Waarschijnlijker is het dus dat het ook hier gaat om Pancratius en dat het om een palmtak gaat, zij het dan in een wat wonderlijke vorm. Wellicht had de schilder geen idee hoe zo’n exotische plant eruit zag? Of is ze bij de 16e eeuwse restauratie van de schilderingen verkeerd aangebracht?

Vier gestrenge heren

Samen met Servatius en Bonifatius van Tarsum wordt Pancratius gerekend tot het trio der ijsheiligen, waar soms ook de heilige Mamertus toegerekend wordt. De vorst die in mei soms nog op kon treden, verbond men met de heiligen wiens naamdag in deze maand viel. Achtereenvolgend waren dat 11 mei (Mamertus), 12 mei (Pancratius), 13 mei (Servatius) en 14 mei (Bonifatius).

Het begrip ijsheiligen is een van de oudste begrippen in de volksweerkunde, dat rond het jaar 1000 voor het eest voorkomt. In de volksmond werden de heiligen wel de ‘gestrenge heren’ genoemd. Men zag ze als de veroorzakers van vorst. In sommige landen wordt ook nog 15 mei, de feestdag van Sint Sophie, of koude Sophie, tot IJsheiligen gerekend. In verschillende volksrijmpjes wordt aan dit fenomeen gerefereerd:

Pancraas, Servaas en Bonifaas,
geven ijs en vorst helaas.

Voor ijsheiligen de bloemen buiten,
veelal kun je daar naar fluiten,
wacht af tot ze zijn voorbij,
de bloemen zijn u daarvoor blij.
(NS)

Zie verder
Godlinze: Kerk Godlinze
Kerkensite: kerkgodlinze.nl/