Kerktorens in Het Hogeland staan te koop, maar wat moet je ermee?

Datum 13 januari 2021

Terug naar NieuwsTerug naar het Nieuwsoverzicht

Gemeente Het Hogeland wil molens, kerktorens en dorpshuizen verkopen waaronder veertien monumenten. Dat valt niet bij iedereen in goede aarde. Omwonenden van de monumentale klokkentoren in Westerdijkshorn zijn verbaasd. Hun toren sierde vaak trots de gemeentegids van voormalige gemeente Bedum, nu staat ie opeens in de verkoop. Ook voor de torens in Eenrum, Pieterburen, Usquert, Noord- en Zuidwolde wordt een nieuwe eigenaar gezocht, net als voor een aantal molens. Het zijn allemaal rijksmonumenten. (Dagblad van het Noorden - 11 januari 2021 - Gea Meulema)
Artikel DvhN - 13 januari - PDF



Onderhoud kerken kost veel geld

De hervormde kerk in Zuidwolde is van SOGK maar de toren is van de gemeente. Wil SOGK die er niet bij hebben? ,,Nee’’, zegt Jur Bekooy van SOGK. ,,Wij hoeven het setje niet compleet te hebben. Ook voor ons zijn onderhoudskosten een punt.’’ Van kerkgemeenschappen wil SOGK wel eens een kerk overnemen, als de gemeenschap in grote financiële problemen komt. ,,Bij gemeenten is het een kwestie van prioriteit. Ze hebben wel geld, maar waar willen ze het aan besteden?’’ Als SOGK een of meer torens over zou nemen, moet een inschatting van de kosten worden gemaakt, zegt hij, en moet de gemeente een bruidsschat betalen zodat het onderhoud voor een groot aantal jaren is gegarandeerd.

Kerken en torens hebben soms andere eigenaar

Van veel kerken in Groningen is het kerkgebouw van een andere eigenaar dan de bijbehorende toren. De kerkgebouwen zijn vaak van kerkelijke gemeenschappen en de toren van de gemeente. Dat stamt uit de Franse Tijd, zegt Jur Bekooy van Stichting Oude Groninger Kerken(SOGK). Rond 1800 wilden gemeenten graag de toren houden want bovenin konden ze goed zien of er een vijand in aantocht was. Ook maakten gemeenten gebruik van de torenklok als openbare tijdsaanduiding. Het klokluiden was een gemeentelijke taak. Bekend voorbeeld hiervan is het zoepenbrij-klokje in Eenrum. Om twaalf uur ‘s middags klonk de klok en hoorden de landarbeiders dat het tijd was voor het middageten: zoepenbrij oftewel karnemelksepap.