Verhalen Groninger kerken

De geschiedenis van de Groninger kerken bestaat niet alleen uit jaartallen, bouwstijlen en orgels. Elke kerk vertelt zijn eigen verhaal, over stenen duivels, hostiewonderen, onthoofde heilige of beenderen die in de kerkmuur werden gemetseld. Dit zijn niet alleen spannende verhalen, maar ze laten ook zien hoe rijk de historie is van het Groningerland. En ze plaatsen de kerk in de loop van de geschiedenis.

Het hostieputje van Solwerd

Tegenwoordig staat er in het voormalige dorpje Solwerd een neoklassieke zaalkerk uit de 18de eeuw. De soberheid van dit gebouw doet niet vermoeden dat deze plek ooit een drukbezocht bedevaartsoort was, waar heilige krachten aan werden toegedicht. Uit de Jacobuskerk, de voorganger van de huidige kerk, werd rond 1500 een miskelk gestolen met drie hosties erin. Miskelk Op zijn vlucht gooide de dief de hosties in de sloot naast de kerk. De drie opeenvolgende nachten werd ’gesien een klaerblinckende hemelslicht’: Uit de sloot steeg een helder licht op, afkomstig van de hosties die ongeschonden in het water dreven. Het water in de put bleek geneeskrachtige eigenschappen te hebben gekregen. Van heinde en ver kwamen er mensen voor het wonderwater naar Solwerd toe.

Bedevaartsoord

Boven de sloot werd een kapel gebouwd, met een altaar precies boven de plek waar de hosties gevonden waren. Onder dit altaar was een overwelfde toegang met stenen trap naar de sloot, waar mensen het water konden scheppen. Dit werd het hostieputje van Solwerd genoemd, de kapel kreeg de naam Heilige Gravenkapel (grave = sloot). In Appingedam, aan de kant van Solwerd, loopt nu nog de Heiliggravenweg. Wie de dieven waren, is nooit opgehelderd. Twee eeuwen later schreef een pater dat het om drie Joden zou gaan die de diefstal hadden gepleegd. Waarschijnlijk werd dit vermoeden ingegeven door antisemitische sentimenten, want pas decennia na de diefstal vestigden

Andere hostiewonderen


Kapel solwerdWe kennen in Nederland een aantal van zulke ‘hostiewonderen’, wonderen waarbij een ouwel de hoofdrol speelt. Het bekendste is het ‘mirakel van Amsterdam’ uit 1345. In dit verhaal kreeg een zieke man bij het ziekencommunie een hostie toegediend, die hij weer uitbraakte. De resten werden in het haardvuur gegooid, maar de volgende dag bleek de hostie nog ongeschonden in de as te liggen. In navolging van dit wonder werd er nog ieder jaar een processie gehouden door de stad.

Ook in het voormalige dorpje Helpman heeft een hostiewonder plaatsgevonden, met een verassende overeenkomst met het wonder uit Solwerd. In dit verhaal werden een aantal liturgische voorwerpen uit het Klooster van Aduard gestolen, waar een aantal hosties inzaten. Uit angst voor ontdekking begroef de dief de spullen in een sloot in de buurt van het kerkje Helpman. Later werden de hosties ongeschonden teruggevonden. Op de plek van de vondst werd een bedevaartskapel gebouwd, waarvan de inkomsten werden bedeeld aan de st. Maartenskerk in Groningen. De Vila Hilghestede aan de Verlengde Hereweg herinnert nog aan deze plek.

Jaloerse ogen

Het heilige water betekende een nieuwe inkomstenstroom voor de kerk van Solwerd. De gelovigen die de kerk bezochten brachten gaven mee en deden schenkingen aan de kerk. De populariteit van Solwerd werd met jaloerse ogen gadegeslagen. Het leidde tot een ruzie tussen de pastoor van Appingedam en de kapelaan van Solwerd over de opbrengsten. Volgens de pastoor van Appingedam viel de kerk van Solwerd onder zijn verantwoording en had hij dan ook recht op een deel van de opbrengst uit het hostieputje. Uiteindelijk moest de zaak zelfs met inmenging van het Vaticaan worden beslecht. Paus Clemens VII bevestigde op 8 september 1525 het besluit dat al eerder genomen was door de Groningse hoofdmannenkamer. De helft van de opbrengsten moest aan de Sint Maartenskerk in Groningen worden afgestaan, de andere helft moest worden gedeeld door de kerken van Solwerd en Appingedam.

Ketters bijgeloof

VillahilghestedesolwerdHoewel het wonder Solwerd dus veel opleverde, konden de heilige hosties de kerk zelf echter niet redden. Door een hevige brand werd de kerk in 1536 verwoest. Op de plek werd weer een nieuwe kerk gebouwd. Na de reformatie was het echter gedaan met de wonderen. De kerk ging in 1594 over in protestantse handen. In het Protestantse geloof was er geen plaats voor wonderen. De gereformeerde predikanten hadden al eerder een rooster laten aanbrengen om de gelovigen te beletten het water te tappen om te gebruiken als wijwater. Geneeskrachtig water was in hun ogen een ketters bijgeloof. Het hostieputje werd echter pas in 1681 gedempt. De kapel werd in 1780 gesloopt, toen de huidige kerk werd gebouwd. De plek waar de kapel heeft gestaan is bekend. Ook op deze plek staat nu een villa waarbij de naam herinnert aan het verleden: Hilghe Stede.

Diep onder de grond ligt de put nu verscholen, wachtend op nieuwe wonderen. (NS)

Zie verder
Solwerd: Kerk
Kerkensite: kerksolwerd.nl/