Verhalen Groninger kerken

De geschiedenis van de Groninger kerken bestaat niet alleen uit jaartallen, bouwstijlen en orgels. Elke kerk vertelt zijn eigen verhaal, over stenen duivels, hostiewonderen, onthoofde heilige of beenderen die in de kerkmuur werden gemetseld. Dit zijn niet alleen spannende verhalen, maar ze laten ook zien hoe rijk de historie is van het Groningerland. En ze plaatsen de kerk in de loop van de geschiedenis.

Uitheemse borden in Nuis

Hoe Friese rouwborden na lange omzwervingen in Nuis terecht zijn gekomen
In het dertiende-eeuwse kerkje van Nuis hangen twaalf opvallend zwarte borden aan de witte wanden. Ze werden gemaakt na het overlijden van jonkers en edelvrouwen. Je zou het misschien niet zeggen als je de borden ziet hangen, maar ze hebben een lange zwerftocht achter de rug.
Nuis afb 1Sterker nog, ze zijn eigenlijk per ongeluk in de kerk van Nuis terechtgekomen. Wat de meeste mensen niet weten is dat deze rouwborden toebehoren aan de Friese grietmanfamilies Van Teyens en Fockens en daarom niet thuishoren in het Groningse Nuis, maar in Beetsterzwaag.





‘Lieve schaepies’
De dood loerde altijd om de hoek. Ziektes als pokken, pest, mazelen en roodvonk konden niet optimaal worden genezen en leidden vaak tot de dood. Met name kindersterfte was hoog en ook Benedictus van Teyens werd hiermee geconfronteerd. Zijn vrouw Lucia Fockens kreeg acht kinderen, waarvan er zes kort na de geboorte overleden. Benedictus en Lucia waren er kapot van en toen hun zesde kind overleed schreef Benedictus in de familiebijbel dat kleine Saco in de ‘kerke begraven is, gelijck alle ons andere vijf lieve schaepies’. Gelukkig hadden ze kort voor zijn overlijden nog een portretje laten maken door Nicolaas Wieringa, een relatief onbekende kunstschilder uit Beetsterzwaag. Op Benedictus’ rouwbord lezen we dat hij slechts 33 jaar werd. Zal het verdriet om zijn gestorven kinderen hem hebben opgebroken of werd hij ernstig ziek zoals dat zovelen overkwam? Nuis afb 2

Hoe is het nu mogelijk dat deze Friese rouwborden van onder meer Benedictus en Lucia tegenwoordig in Nuis hangen en niet in Beetsterzwaag? Dat verhaal begint met Oeno van Teyens (†1715). Zijn eerste vrouw heette Romelia Fockens en een groot deel van de rouwborden in Nuis is afkomstig van haar familie. Romelia stierf in het kraambed na haar zoveelste miskraam. Oeno hertrouwde met Hyma Auwema en het was haar moeder, Etta Coenders, die op de Coendersborg in Nuis woonde. Uiteindelijk erfden Oeno en Hyma de Coendersborg, maar ze bleven in Beetsterzwaag wonen. Hun kleindochter Hyma van Teyens heeft de rouwborden verhuisd van de kerk in Beetsterzwaag naar de Coendersborg in Nuis, maar waarom deed ze dat? Gek genoeg heeft het alles te maken met de situatie in Frankrijk, of eigenlijk Parijs in 1789.

Het Franse ideaal
Het Franse volk leed al lange tijd honger en zag de situatie niet verbeteren. Franse koningin Marie Antoinette zou hebben gezegd dat het volk bij gebrek aan brood dan maar taart moest gaan eten. Deze onverschillige opmerking werd niet gewaardeerd en in 1789 brak de Franse Revolutie uit. In de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was in eerste instantie niet zoveel te merken van de revolutie, maar in 1795 kwam daar verandering in. De Fransen vielen de Republiek binnen en stadhouder Willem V vluchtte naar Engeland: de Bataafse Republiek was geboren. De Fransen namen hun revolutionaire idealen voor vrijheid, gelijkheid en broederschap mee naar Nederland en zodoende kwam de adel onder druk te staan. Alle adellijke symbolen in de publieke ruimte werden verboden omdat ze symbool stonden voor ongelijkheid. Dat betekende dat ook de rouwborden verwijderd moesten worden uit de kerk. Hyma van Teyens (†1816) haalde vlug de rouwborden uit de kerk in Beetsterzwaag en verstopte ze op zolder van de Fockenstate in Beetsterzwaag, waar de familie woonde. Na 1812 verhuisde ze de borden naar de Coendersborg in Nuis.

Praktische herbestemming
Voor de overige rouwborden in Nederland geldt dat slechts een deel werd gered door de families, het overgrote deel van de borden is in vlammen opgegaan. Maar ze werden niet allemaal door vuur vernietigd. Sommige rouwborden kregen een wel heel bijzondere herbestemming. Zo werd in 1926 een half rouwbord ontdekt in een varkenshok en in ’t Zandt werd een rouwbord gebruikt als kapstok. Nuis afb 3
In 1866 overleed een andere Oeno van Teyens, ditmaal de achterkleinzoon van de Oeno die met Hyma Auwema trouwde. Hij had geen kinderen en liet de Coendersborg en de rouwborden na aan zijn buurman Joachimus Lunsingh Tonckens. De rouwborden zouden in de twintigste eeuw worden geschonken aan de Van Teyensfundatie, maar dat ging om onbekende redenen niet door. Toen de rouwborden werden aangeboden aan de nieuwe kerk in Beetsterzwaag wezen zij het aanbod af. In 1956 belandden de borden in de kerk van Nuis, die op een steenworp afstand van de verstopplaats is gelegen. (AK)

Zie verder
Nuis: Kerk
Kerkensite: kerknuis.nl/