Verhalen Groninger kerken

De geschiedenis van de Groninger kerken bestaat niet alleen uit jaartallen, bouwstijlen en orgels. Elke kerk vertelt zijn eigen verhaal, over stenen duivels, hostiewonderen, onthoofde heilige of beenderen die in de kerkmuur werden gemetseld. Dit zijn niet alleen spannende verhalen, maar ze laten ook zien hoe rijk de historie is van het Groningerland. En ze plaatsen de kerk in de loop van de geschiedenis.

Bastiaan Jan Ader: De dappere 'domie' van Nieuw-Beerta

Bastiaan Jan Ader werd in 1938 predikant in Nieuw-Beerta. Het was geen gemakkelijke taak. De gemeente gold als moeilijk, omdat veel kerkgangers in Bastiaan Jan Aderde loop der jaren van de kerk vervreemd waren geraakt. De enorme tegenstellingen tussen de arme landarbeiders en rijke herenboeren hadden ervoor gezorgd dat men zich niet meer thuis voelde in de kerk. Bastiaan bleek echter als predikant erg getalenteerd. Met zijn enthousiasme en toewijding wist hij velen weer aan zich te binden. Vooral onder jongeren was hij populair.
In de oorlogsjaren kwam zijn betrokkenheid bij de mensen en het dorp nog sterker tot uiting. De pastorie waar hij en zijn vrouw Johanna Adriana Ader-Appels woonden, werd al snel een centrum voor het verzet. Vanuit hier werd er hulp geboden aan Joden, onderduikers en Engelse piloten. Onder de schuilnaam ‘Van Zaan' speelde Ader in hele omgeving van Noord-Groningen een belangrijke rol in het verzet. Ader-Appels en haar man nemen zelf veel Joodse onderduikers in huis en verzorgen het onderduiken van vele andere, waaronder Engelse piloten en regelen de distributie van bonkaarten tot ver buiten Nieuw Beerta.

Eind 1944 werd dominee Ader opgepakt, toen hij op weg naar Haarlem een politieagent zou hebben geprovoceerd. Hij kwam terecht in de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. In de gevangenis schrijft hij brieven en gedichten aan zijn familie, waaronder deze:

't Is niet om mij dat ik die muren uit wil duwen,
Naar ruimte hijg en schreeuw om recht!
'k Weet mij verward in een onmeedogend kluwen
En ken het deel dat mij zal worden toegelegd.Groninger Pastorie in de Storm

't Is niet om mij: 'k heb fel en taai gestreden,
Bij dag noch nacht begeerd naar rust;
'k Heb in het lijden der gedoemden meegeleden.
En vaar nu heen naar verre, lichte kust.

Maar 'k moet nog zoveel diepe dingen zeggen
Aan haar die altijd op mij wacht;
Ik moet een kindje in zijn bedje leggen
En kussen het een zacht goe-nacht!

Aan het einde van de oorlog, toen duidelijk werd dat de Duitsers aan het verliezen waren, nam het aantal executies toe. Als straf voor het doden van een Duitser of verzet tegen de bezetter, werden gevangenen vaak als represaille gedood. Ader werd als represaille voor een aanslag op een Duitser in Veenendaal gefusilleerd met vijf andere gevangenen. De lichamen worden door de dorpsbewoners op de plaatselijke begraafplaats begraven. Na de oorlog is hij bijgezet op ereveld Loenen.

Graf Bastiaan Jan AderZijn vrouw zette na de oorlog zijn werkzaamheden voor de kerk voort. Ze schreef een roman over de oorlogsjaren getiteld Een Groninger pastorie in de storm. Tegenwoordig rijdt er door Groningen een ‘Bastiaan Jan Ader trein'. Bij de kerk staat een gedenkteken voor de dominee.


Op de hoek van de Hoofdweg en de Molenweg in Nieuw Beerta staat een monument dat herinnert aan de Tweede Wereldoorlog. In de kerk van Nieuw Beerta is een herinneringshoek ingericht aan Bastiaan Jan Ader en zijn vrouw. (NLS)

Zie verder
Nieuw Beerta: Kerk
Kerkensite: kerknieuwbeerta.nl