Verhalen Groninger kerken

De geschiedenis van de Groninger kerken bestaat niet alleen uit jaartallen, bouwstijlen en orgels. Elke kerk vertelt zijn eigen verhaal, over stenen duivels, hostiewonderen, onthoofde heilige of beenderen die in de kerkmuur werden gemetseld. Dit zijn niet alleen spannende verhalen, maar ze laten ook zien hoe rijk de historie is van het Groningerland. En ze plaatsen de kerk in de loop van de geschiedenis.

De hondenslager van Nieuw Scheemda

In de kerk van Nieuw Scheemda hangt naast de preekstoel een lange zweep. Op het eerste gezicht is dit een vreemd voorwerp om op te hangen in een kerk. En waarom heeft de zweep zo’n prominente plaats gekregen? Deze zweep werd gebruikt om honden uit de kerk te jagen en was van de functionaris die voor deze taak was aangesteld: de hondenslager. Tot in de negentiende eeuw was de hondenslager een gebruikelijk beroep. Niet alleen kerken kenden een persoon die de honden weg moest jagen, maar ook stedelijke overheden hadden vaak een hondenslager in dienst.

Niet door de beugel kunnen
Vanaf de 15de eeuw werd in veel steden een hondenmepper officieel door het stadsbestuur in dienst genomen. Meestal werd per (dode) hond betaald. Vooral in tijden van epidemieën werd er op de honden gejaagd. Men geloofde Hondenzweepdat ze verantwoordelijk waren voor de verspreiding van ziekten als de pest, melaatsheid en vooral hondsdolheid.

Bepaalde honden waren van de jacht veiliggesteld zoals jachthonden, waakhonden, scheepshonden en honden van de magistraat. Ook kleine hondjes mochten als huisdier worden gehouden. Deze honden droegen als herkenning een penning om hun nek, zodat het duidelijk was dat het niet om een zwerfhond ging. De eigenaars moesten hun hond bij de hondenslager laten opmeten. Als een gevangen hond door een soort ring, beugel genoemd, kon springen, dan mocht hij blijven leven. Uit dit gebruik komt de uitdrukking ‘door de beugel kunnen’ vandaan. In twijfelgevallen hielp de hondenslager tegen betaling de hond door de beugel te duwen. De honden die echter niet door de beugel konden, moesten binnen acht dagen buiten de stad worden afgemaakt.

Honden in de kerk
Honden
Op sommige schilderijen van kerkinterieurs komen honden voor. In de winterkou probeerden zwerfhonden vaak een plekje te veroveren in de warme kerk. Het probleem was echter dat ze met hun geblaf de dienst konden verstoren. Het was dan ook de taak van de kerkelijke hondenslager om alle honden ‘die onder de sermoene en den dienst Godes’ het waagden binnen te sluipen er met harde hand weer uit te slaan. In veel kerken was iemand voor de ondankbare taak van hondenslager aangesteld.

Jonge honden
De hondenslager moesten niet alleen voor zorgen dat honden de dienst niet zouden verstoren, maar hij bewaakte ook de orde onder de jeugd die de kerkdienst bezocht. De jongeren zaten namelijk tijdens de dienst niet bij de ouders, maar bij elkaar en hielden zich dan niet altijd even rustig. Waren de jongens en meisjes te lastig, dan kregen ze met de zweep ervan langs of werden in een hok opgesloten. (NS), geredigeerd: Josée Paauw

Hondenslager in kerk Haarlem

Zie verder
Nieuw Scheemda: Kerk
Kerkensite: kerknieuwscheemda.nl/