Verhalen Groninger kerken

De geschiedenis van de Groninger kerken bestaat niet alleen uit jaartallen, bouwstijlen en orgels. Elke kerk vertelt zijn eigen verhaal, over stenen duivels, hostiewonderen, onthoofde heilige of beenderen die in de kerkmuur werden gemetseld. Dit zijn niet alleen spannende verhalen, maar ze laten ook zien hoe rijk de historie is van het Groningerland. En ze plaatsen de kerk in de loop van de geschiedenis.

De belofte van Tyadeke. Een verhaal over hoe belofte schuld maakt

De kerk van Krewerd werd rond 1280 gesticht. De bouw van het kerkje hangt nauw samen met de Steenhuizerborg die ooit bij het dorpje Krewerd stond, iets ten zuiden van de kerk. Over de geschiedenis van deze borg is weinig bekend. Misschien stond de borg op de plek waar nu een grote boerderij staat, was de brede sloot ooit de slotgracht? Begin 16de eeuw wordt nog gerept van het bestaan van een Veenhuuster- of Steenhuusterheerd in Krewerd. In de kroniek van het klooster Bloemhof staat de geschiedenis over de stichting van de kerk in Krewerd beschreven.

Vervalsing
Stond op deze plek ooit de Steenhuizerborg?
Er bestaat echter ook een brief uit het jaar 1246 van Ludolf, Bisschop van Munster, ten behoeve van Bolardus en Hajo Ripperda. In deze brief staat te lezen dat de kerk te Krewerd gesticht en is geruime tijd tevoren, door een van de voorvaders van Ripperda. Deze brief is echter een vervalsing, waarmee de Ripperda’s, een machtige adellijke familie uit Groningen, hoopte aanspraak te kunnen maken op de inkomsten van de kerk. De Ripperda’s hebben via deze brief de rechten toegeëigend in Krewerd en andere kerken. Het bezitten van rechten was een lucratieve aangelegenheid, waarbij allerlei inkomsten verworven konden worden. Het ware stichtingsverhaal van de kerk staat echter te lezen in de kroniek van het klooster Bloemhof.

Een belofte

De bewoner van de borg, de rijke weduwe Tyadeke, zou een belofte hebben gedaan toen haar zoon Menco ernstig ziek was. Menco was haar enige zoon en de gedacht dat ze na haar man ook nog haar zoon zou moeten begraven, maakte haar wanhopig. Ze bad tot God en smeekte Hem of haar zoon mocht blijven leven. Ze beloofde dat als haar zoon zou herstellen, zij een kerk zou laten bouwen. Na het herstel van haar zoon kwam ze “uit vreugde en wereldse begeerte” haar belofte echter niet na. In plaats van zich bezig te houden met het stichten van de beloofde kerk, ging ze op zoek naar een geschikte echtgenote voor haar zoon.

De verstandige en edele Tete
Het toeval wilde dat haar zoon wilde huwen met Tete, een verstandig en edel meisje uit de buurt. Deze Tete was in haar jeugd ook ziek geweest en haar ouders hadden aan God beloofd dat als hun dochter beter mocht worden, zij haar als dank in een klooster zouden laten intreden en een kapel zouden laten bouwen. Haar ouders hielden haar echter uit het klooster omdat ze nog erg jong was. Toen haar vader echter plotseling stierf, liet haar moeder uit angst voor de toorn van God toch maar de kapel bouwen. Tete werd echter niet naar het klooster gestuurd, maar kreeg toestemming om met Menco te trouwen.

De toorn van God

Na een jaar getrouwd te zijn, sloeg het noodlot toe. Menco werd hij ziek en stierf. Tete raakte hier zo van slag van dat ze haar kind te vroeg ter wereld bracht, dat ook na enkele dagen overleed. Tete keerde nu terug naar haar Toren van Krewerdmoeder, waar ze al snel door ziekte werd getroffen. Op haar sterfbed liet ze zich nog door een priester de kloostergelofte afleggen. De goederen die ze van haar vader zou erven, schonk ze aan het klooster Bloemhof. Haar moeder verzette zich echter tegen deze schenking. De erfenis van haar dochter kwam volgens haar aan zichzelf toe. Tyadeke beweerde echter het tegendeel en meende dat de erfenis nu aan haar toeviel. Er ontstond zo een ruzie tussen de verschillende partijen. Toen dit echter uit de hand dreigde te lopen, kwam Tyadeke tot inkeer.

Tyadeke wende zich nu tot de deken in Farmsum en vroeg om advies hoe ze de stichting van een kerk aan moest pakken. De priesters van Holwierde vreesden echter voor een schisma tussen de dorpen Krewerd en Arwerd. Er werden allerlei giften verlangd voor de toestemming. De toestemming voor de bouw van de kapel door de parochianen en priesters van Holwierde was nodig omdat de inkomsten van de moederparochie Holwierde zouden verminderen door het verlies van de buurschappen Arwerd en Krewerd, die samen een kwart van het grondgebied uitmaakten. Ze wende zich nu tot de abt van Bloemhof. Die antwoordde dat hij haar volledig zou steunen, mits ze de kerk op haar eigen grond zou stichten ten dienste van de heilige mis. Dit deed ze en schonk de kerk en de bijbehorende gronden van de Steenhuizerborg aan het klooster.

Zo loste Tyadeke naar vele jaren toch nog haar gelofte in en kon ze zonder gewetensbezwaren sterven. (NS)

Zie verder
Krewerd: Kerk Krewerd
Kerkensite: kerkkrewerd.nl/