Verhalen Groninger kerken

De geschiedenis van de Groninger kerken bestaat niet alleen uit jaartallen, bouwstijlen en orgels. Elke kerk vertelt zijn eigen verhaal, over stenen duivels, hostiewonderen, onthoofde heilige of beenderen die in de kerkmuur werden gemetseld. Dit zijn niet alleen spannende verhalen, maar ze laten ook zien hoe rijk de historie is van het Groningerland. En ze plaatsen de kerk in de loop van de geschiedenis.

De Joodse bewoners van Appingedam

In Appingedam staat de oudste synagoge van Groningen. Deze is gebouwd in 1801, maar al vele eeuwen eerder vestigden zich joden in de stad. Appingedam kent de oudste joodse gemeenschap van Groningen. Het werd joden niet makkelijk gemaakt zich in Groningen te vestigen. Door de calvinistische kerk werden talloze pogingen onder-- nomen om hen uit de maatschappij te verbannen. Echter door de tolerantere houding van de Ommelander Staten en de Groninger landadel werden zij hiervoor behoed.

De pogrom van 1348
Het dieptepunt van jodenhaat in de middeleeuwen was de pogrom van 1348 waarbij de joodse bevolking de schuld kreeg van de pestepidemie, omdat zij de waterputten zouden hebben vergiftigd. In heel Europa werden joden vervolgd. Vanaf de vijftiende eeuw verbeterde de positie van Joden iets. Ze mochten weer geldhandel gaan bedrijven en werden vaker toegelaten om zich voor langere tijd ergens te vestigen.

1349_burning_of_Jews-European_chronicle_on_Black_Death

Joest Muesken de Joede
De eerste officiële vermelding van joden die zich in Appingedam vestigden, gaat over de Praagse jood Joest Muesken de Joede die in 1536 een vestigingsvergunning kreeg om zes jaar lang met vrouw en kinderen in Appingedam te mogen wonen, tegen betaling van ‘zes keizers gulden’ per jaar. Hij mocht huizen en kamers huren en een nering bedrijven ‘nae joeden manneer’, dat wil zeggen als geldschieter tegen onderpand. In de loop der jaren vestigden zich meer joodse gezinnen in het stadje. Dit was het stads-bestuur een doorn in het oog en men drong er bij het provinciale bestuur op aan maatregelen te nemen om de joden weg te werken ‘nu hyr ende daer in dese provincie beginnen in te krupen’. In 1654 werd er door ‘d’ingesetenen van den Dam’ een request ingediend bij de Synode van de protestantse gemeente om op te treden tegen ‘d’aenwassinge ende grouwlicke woecker der joden in hare plaetse’. Deze uitspraak lijkt nogal overdreven. In deze periode zullen zo’n dertig joden in Appingedam hebben gewoond.

Een eigen synagoge en begraafplaats
Foto Synagoge_kleinIn de achttiende eeuw begon het aantal joden pas echt te groeien door aanwas van buitenaf. Aan het eind van de achttiende eeuw woonden er zo’n honderd joden in Appingedam. Deze toename rechtvaardigde de bouw van een eigen synagoge. Niet alleen de joden uit Appingedam, maar ook die uit Uithuizen, Usquert, Kantens, Middelstum, Loppersum, Stedum, Ten Boer, Katmis en Winneweer maakten hier gebruik van. In de negentiende eeuw bleef hun aantal groeien tot zo’n driehonderd. Daarna nam het als gevolg van de veranderende sociale en economische omstandigheden af. In 1941 telde de gemeenschap nog 128 personen. In de Tweede Wereldoorlog zijn alle joodse inwoners van Appingedam gedeporteerd. Slechts zes van hen keerden terug.(NS), geredigeerd: Josée Paauw

Zie verder
Appingedam: Synagoge Appingedam
Kerkensite: synagogeappingedam.nl